Wat
De Roosekapellaan is genoemd naar de kapel, die toegewijd was aan de Heilige Maria. De kapel werd opgericht in 1650 door de echtgenote van Jan Roose de Baisy, heer van Martinsart. De mooie kapel, waarvan geen afbeelding bewaard is gebleven, werd in 1860 gesloopt voor de bouw van fort 2.
De kapel, gekadastreerd onder sectie A, nr. 234, hoorde toe aan Carolus Josephus Reusens, timmerman. De onteigening was het gevolg van de wet van 8 september 1859. De kapel was een druk bezochte bedevaartplaats. Bewoners van Kandoncklaar en Immerseel gingen er op zomeravonden en vooral op meiavonden het rozenhoedje bidden.
De Roosekapel stond langs de noordelijke kant van het fort (verlengde van de huidige Roosekapellaan) en moet een niet onaanzienlijke grootte gehad hebben, vermits delen van de Kapel overal verspreid geraakt zijn. Zuilen van het altaar vind je terug in de pastorie aan de Kerkplaats en de beelden van St.-Jan de Evangelist, St.-Rochus en de H. Joannes werden aan de H. Jacobuskerk van Borsbeek geschonken.
De familie Roose zou afkomstig zijn uit Vlaanderen, waar Jan Roose overgrootvader van de reeds genoemde Jan Roose de Baisy, baljuw was van Harelbeke[1]. Jan Roose de Baisy was in 1624-25 algemeen schatbewaarder van de stad Antwerpen, later schepen en burgemeester. Zijn buitenverblijf had hij in Wommelgem. Roose was gehuwd met Anna Frederickx en overleed op 27 juli 1641. De familie is uitgestorven in de 19de eeuw. Carolus was de laatste mannelijke vertegenwoordiger. Hij was getrouwd met barones Hendrika Ghislena de Visscher.
Josephus Joannes Octavlus Watelet, pianist van beroep woonde op hofke Roose van 1919 tot aan zijn dood in 1951. Hij werd in Antwerpen geboren op 8 april 1881 als zoon van Carolus Eduardus Ludovicus en Celeste Maria Segers. Hij huwde op 14 april 1904 in Goes (Nederland) met Elisabeth Suzanne Goemans (°Goes 29.7.1889) als dochter van Johan Leonard (†1.1.1911) en van Maria Moens (†26.4.1924)
Jos Watelet bespeelde gedurende 29 jaar het orgel in een protestantse kerk in Antwerpen. Hij had, onder Peter Benoit, een muzikale opleiding genoten in de Scheldestad. Als toondichter liet Watelet een aanzienlijk aantal liederen en klavierwerken na; ze getuigen van een weelderige inspiratie[2]. De periode van de vliegende bommen (1944-45) heeft Watelet geknakt. Drie van die helse moordtuigen maakte zijn woning, waar hij een museum had ingericht, onbewoonbaar. Op 2 mei 1951 overleed hij in een Antwerps ziekenhuis.
Architect A. Paul Hahn (1978) heeft uit het oude gebouw nog heel wat kunnen redden, een aantal kunstvoorwerpen werden overgebracht naar het Vlees- en Rubenshuis in Antwerpen. In 1742 wordt melding gemaakt van een strook grond "bij de Capelle van den Heer baron Roose"[3] en het kaartboek buurtwegen van 1845 heeft het over "Rozekapelveld".
[1] J, Goolenaerts: Herinneringen aan 't hofke Rloose in Het Gemeenteblad» van 13.6.1972
[2] G. Van Ersten in "Het Tooneel", 48e jg., nr. 35, 11.5.1951
[3] RAA 128, verkoop van hout.
