Vermoeden van vergunning

Heb je een constructie waarvoor geen bouwvergunning of omgevingsvergunning gekend is, maar stond deze constructie er al vóór 9 november 1979, dan kan je mogelijk beroep doen op het vermoeden van vergunning.

Voor constructies gebouwd vóór 22 april 1962 geldt een onweerlegbaar vermoeden van vergunning.

Voor constructies gebouwd tussen 22 april 1962 en 9 november 1979 geldt een weerlegbaar vermoeden van vergunning. Dit houdt in dat het vermoeden van vergunning weerlegd kan worden door middel van een proces-verbaal of een niet-anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van 5 jaar na het bouwen van de constructie.

Indien je beroep wenst te doen op deze regeling van het vermoeden van vergunning, dien je de nodige bewijzen aan de Dienst Omgeving te bezorgen om de datum van plaatsing van de betreffende constructie aan te tonen. Let op: het dient te gaan over dezelfde constructie als deze van vóór 9 november 1979. Een nieuwe constructie, geplaatst ná 9 november 1979, maar op dezelfde locatie en met dezelfde afmetingen als de constructie van vóór 9 november 1979, komt bijvoorbeeld niet in aanmerking voor het vermoeden van vergunning.

Aanvraag indienen

De aanvraag verloopt analoog. Je dient alle nodige documenten op papier te bezorgen. Je kan deze opsturen met de post of tegen afgiftebewijs afleveren aan het onthaal.

De volgende documenten dienen minstens aangeleverd te worden:

  • Aanvraagformulier (Download het aanvraagformulier onderaan)
  • Motivatienota
  • Inplantingsplan en geveltekeningen van de bestaande toestand
  • Uitgebreid fotomateriaal van de huidige toestand
  • Bewijsstukken (bv. originele luchtfoto van vóór 9 november 1979, op te vragen via het Nationaal Geografisch Instituut, kadastrale legger, …)

Hoe verloopt het verder?

De Dienst Omgeving kijkt de aanvraag na en vraagt, indien noodzakelijk, ontbrekende dossierstukken op. De bewijsstukken worden geëvalueerd en de gemeentelijk omgevingsambtenaar geeft advies over de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen neemt de uiteindelijke beslissing.

Voor een aanvraag vermoeden van vergunning geldt geen wettelijke beslissingstermijn. Wij doen echter ons best om aanvragen zo spoedig mogelijk te behandelen.

Wat na de beslissing?

Werd je aanvraag positief beoordeeld, dan wordt de betreffende constructie als vergund geacht beschouwd en wordt dit ook zo geregistreerd in het vergunningenregister.

Werd je aanvraag negatief beoordeeld, dan kan je eventueel nog in beroep gaan tegen deze beslissing bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.