Huishoudelijk reglement gemeentelijke begraafplaatsen

Aangenomen door de gemeenteraad op donderdag 15 oktober 2018
Datum publicatie website: maandag 19 november 2018

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1.1
De gemeente beschikt over twee gemeentelijke begraafplaatsen enerzijds de begraafplaats centrum aan de Sint-Damiaanstraat en anderzijds de begraafplaats kandonklaar aan de Fortbaan.

Artikel 1.2
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de lijkbezorging van personen die:

  • op het ogenblik van het overlijden, ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van Wommelgem;
  • afgeschreven zijn van het bevolkings- of vreemdelingenregister van Wommelgem naar een psychiatrische inrichting, een rustoord voor bejaarden, een instelling voor gehandicapten of opgenomen zijn bij één van hun kinderen, indien het personen betreft boven de 65 jaar en daar nog steeds verblijven op het ogenblik van hun overlijden;
  • een concessie (grondvergunning) hebben;
  • niet in Wommelgem wonen, mits betaling van de verschuldigde gemeentebelasting.

Artikel 1.3
Stoffelijke resten kunnen alleen op gemeentelijke begraafplaatsen begraven worden. Afwijkingen kunnen toegestaan worden door de Vlaamse minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid.

Artikel 1.4
Bij het bezorgen van de stoffelijke resten op de gemeentelijke begraafplaatsen:

  • moeten de gemeentelijke diensten ten minste twee werkdagen op voorhand verwittigd zijn;
  • dient de vereiste administratieve toelating aan de medewerker van de gemeente afgegeven te worden bij aankomst op de begraafplaats;
  • dient het uitstrooien van de as te gebeuren door de begrafenisondernemer;

Artikel 1.5
De lijkbezorgingen worden volgens plan uitgevoerd in chronologische volgorde.
Dit plan wijst de percelen aan voor begraving in volle grond, grafkelders, kindergraven, sterrenweide, erepark en columbarium.
Elke kist of urne wordt voor de teraardebestelling of bijzetting voorzien van een volgnummer ingeschreven in een register met aanduiding van de identiteit van de overledene.

De graven of columbariumnissen waarvoor geen concessie werd aangegaan zijn bestemd voor begraving of bijzetting van één stoffelijk overschot.

Artikel 1.6
De graven worden onmiddellijk na het neerlaten van de kist met aarde gevuld en aangedamd. Na bijzetting van een urne wordt het graf of nis onmiddellijk afgesloten.

Artikel 1.7
Bloemen en planten bij de graven moeten in goede staat onderhouden worden. Zijn ze verwelkt of in slechte staat, dan moeten ze verwijderd worden door de nabestaanden. Als dit niet gebeurt, zal de verantwoordelijke van de begraafplaats ze wegnemen. Bloempotten en andere voorwerpen mogen niet ingegraven worden.

De ruimte voor en tussen de graven dienen de nabestaanden volledig vrij te houden van materialen en beplanting. De beplanting welke door de gemeente aangebracht werd achter de graven zal door een medewerker van de gemeente onderhouden worden en mag niet door derden verwijderd worden. 

Op de strooiweide mogen enkel bloemen of bloemstukken neergelegd worden.
Andere voorwerpen zijn niet toegelaten. Kunstbloemen op de strooiweide worden 10 dagen na neerlegging verwijderd.

Ten vroegste één week voor Allerheilligen mogen er bloemen op de asverstrooiingsweide neergelegd worden

Artikel 1.8
Iedereen heeft het recht om een gedenkteken te plaatsen tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwant(en) er zich tegen verzet(ten). In de eerste plaats wordt dit recht voorbehouden aan de concessiehouder.

Artikel 1.9
De gedenktekens moeten degelijk opgericht en onderhouden worden. Ze mogen de veiligheid en doorgang van personeel en bezoekers niet in het gedrang brengen. De aanpalende graven mogen niet geschaad worden.

Artikel 1.10
Bovengrondse graven worden niet toegestaan.

Artikel 1.11
De begraafplaatsen zijn toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.
Voor bezorging van stoffelijke resten op werkdagen van 08.30 uur tot 15.00 uur.
Op zaterdag kunnen niet-gecremeerde stoffelijke resten en urnen begraven worden tot 14.00 u, asverstrooiingen zijn toegestaan tot 15.00 u. 
Op zon-en feestdagen kunnen er geen lijkbezorgingen plaats hebben.

Artikel 1.12
Gemeente Wommelgem kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstal of beschadigingen en is niet belast met de bewaking van de geplaatste voorwerpen op de gedenkplaats.

Hoofdstuk 2: Crematies

Artikel 2.1
Volgende asbestemmingen zijn toegestaan:

  • uitstrooiing van de as op de strooiweide van de begraafplaats;
  • begraving van de asurne op de begraafplaats;
  • begraving van de asurne in het urnenveld op de begraafplaats;
  • bijzetting van de asurne in het columbarium op de begraafplaats;
  • bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats;
  • uitstrooiing van de as op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee.

Artikel 2.2
Bij elke aanvraag tot begraving of bijzetting in het columbarium van de urnen na het vrijgeven van de assen voor thuisbewaring dient een concessie te worden aangegaan.
Op schriftelijk verzoek van de nabestaanden kan na het vrijgeven van de assen voor thuis- bewaring deze toch worden verstrooid op de strooiweide van de begraafplaats door een medewerker van de gemeente.

Hoofdstuk 3: Niet-geconcedeerde graven en nissen

Artikel 3.1
Met uitzondering van een gerechtelijk bevel tot opgraving en om ernstige redenen, mits toelating van de burgemeester, is de verplichte grafrust nooit minder dan 10 jaar.
Niet-geconcedeerde graven of nissen worden kosteloos bewaard gedurende een termijn van ten minste vijftien jaar.

Artikel 3.2
In een niet-geconcedeerd graf of nis wordt slechts 1 stoffelijk overschot begraven of bijgezet.

Hoodstuk 4: Concessies

Artikel 4.1
Het verlenen van een concessie door het gemeentebestuur houdt een toekenning in van de in gebruik name van een perceel grond, grafkelder of nis voor de berging van al dan niet gecremeerde lichamen, maar houdt geen verhuur of verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend.

Artikel 4.2
Een concessie wordt enkel verleend voor een perceel grond, een grafkelder, het urnenveld of voor een nis in het columbarium en geldt voor twee personen. Bij een tweede begraving in volle grond kan ook een urne worden bijgeplaatst.
In een volzet graf is bijbegraving van één urne mogelijk mits uitbreiding van de grondconcessie.

Artikel 4.3
De gemeenteraad draagt aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid over om:

  • op de gemeentelijke begraafplaatsen concessies voor een perceel grond, voor een grafkelder, urnenveld en voor een nis in het columbarium te verlenen;
  • hernieuwingen van concessies toe te staan;
  • kennis te nemen van het verzoek van de concessiehouder tot beëindiging van de concessie;
  • een einde te maken aan de concessie bij verwaarlozing van een graf;
  • de aanvragen voor tussentijdse opgravingen te behandelen.

Artikel 4.4
Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt, worden concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten of voor het bijzetten van asurnen in het urnenveld of een columbariummuur, volgens de tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement.

Artikel 4.5 Concessietermijnen

Een concessie wordt voor 30 jaar verleend en gaat in vanaf de datum van de beslissing van het schepencollege.

Artikel 4.6 Hernieuwing
Op schriftelijk verzoek en in het jaar voor het verstrijken van de concessietermijn, kan de concessie hernieuwd worden met haar oorspronkelijk toegekende concessietermijn, die aanvangt op de einddatum van de eerste concessietermijn en aan de dan geldende tarieven. De concessie vervalt wanneer er bij het verstrijken van de termijn geen aanvraag voor hernieuwing is gedaan. Hernieuwingen kunnen geweigerd worden als blijkt dat de concessie verwaarloosd is.

Artikel 4.7 Eeuwigdurende concessie
De voorafgaande schikkingen omtrent de duur en de hernieuwing van de concessies doen geen afbreuk aan het recht op kosteloze hernieuwing van de reeds toegekende eeuwigdurende concessies zoals voorzien in de wet van 20 juli 1971.

Artikel 4.8
Eenzelfde concessie mag dienen voor de aanvrager en iedere persoon die daartoe zijn wil te kennen geeft bij de gemeentelijke administratie en daartoe aangewezen door de concessiehouder.

Artikel 4.9
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, de erfgenamen of iedere belanghebbende kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen. De gemeente betaalt geen gedeeltelijke concessievergoeding terug.

Artikel 4.10
Bekendmakingen in verband met het aflopen van termijnen en voorgenomen beslissingen betreffende een concessie, gebeuren steeds op dezelfde wijze:

  • 1 jaar voorafgaand aan het verlopen van een termijn wordt een bekendmaking geplaatst aan het betreffende graf of nis en aan de ingang van de begraafplaats;
  • de belanghebbenden krijgen zo de gelegenheid om de concessie te vernieuwen of de graftekens te verwijderen;
  • de belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen. Na die termijn worden ze van ambtswege verwijderd en worden eigendom van de gemeente. 

Hoofdstuk 5: Kinderperk

Artikel 5.1
Op de begraafplaatsen zijn perken voorzien voor de lijkbezorging van overleden of levenloos geboren kinderen vanaf 26 weken zwangerschap (wettelijke levensvatbaarheidsgrens) tot 12 jaar.
Ook bij een slecht onderhouden kindergraf kan een 'procedure van verwaarlozing' gestart worden.

Artikel 5.2
Foetussen van 12 tot 26 weken zwangerschap (= voor de wettelijke levensvatbaarheidsgrens) kunnen begraven of, na crematie, verstrooid worden op de sterrenweide.
Enkel anonieme sterretjes, geleverd door het gemeentebestuur, worden op de sterrenweide geplaatst Andere gedenktekens zijn niet toegelaten.

Hoofdstuk 6: Ontruiming - Ontgraving

Artikel 6.1
Ontruimingen of ontgravingen kunnen voorkomen nadat een termijn van een graf of een nis om welke reden ook ten einde loopt, om dienstnoodwendigheden of op aanvraag van nabestaanden.

Artikel 6.2
De ontruimingen en ontgravingen van niet-gecremeerde stoffelijke resten worden uitgevoerd door een private firma, aangesteld door het bestuur, met inachtneming van de voorschriften voorzien in het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004.
In geval van ontruiming of ontgraving van gecremeerde stoffelijke resten zal dit gebeuren door de zorgen van de gemeente.

Artikel 6.3
Bekendmakingen in verband met het ontruimen van niet-geconcedeerde graven of nissen, gebeuren steeds op dezelfde wijze:

  • 1 jaar voorafgaan aan het verlopen van de termijn van begraving of bijzetting wordt een bekendmaking geplaatst aan het betreffende graf of nis en aan de ingang van de begraafplaats;
  • de belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking bedoeld in vorige alinea, beschikken over een termijn van 1 jaar om de zerken en graftekens weg te nemen. Na die termijn worden ze van ambtswege verwijderd en worden eigendom van de gemeente.

Artikel 6.4
In geval van terugneming van een concessie wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Ze hebben enkel het recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats of een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de reeds toegekende concessietermijn.

Artikel 6.5
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, zijn erfgenamen en rechthebbenden of op schriftelijk verzoek van iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen (aanvraag getekend door alle nabestaanden in 1ste lijn).
Bij een voortijdige beëindiging van een concessie kan het betaalde concessiebedrag noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.

Artikel 6.6
In het geval de ontruiming betrekking heeft op één of meer niet-gecremeerde lichamen, zullen de stoffelijke resten in een daartoe aangewezen algemeen graf geplaatst worden.
In geval de ontruiming betrekking heeft op één of meer gecremeerde lichamen, zal de as worden verstrooid op de strooiweide.

Artikel 6.7
Een aanvraag tot ontgraving en herbegraving op eigen initiatief, dient schriftelijk worden gericht aan de burgemeester. Alle nog levende nabestaanden van de 1ste graad moeten de aanvraag ondertekenen. De ontgravingswerken kunnen enkel gebeuren door een firma aangeduid door het gemeentebestuur. Dag en uur van de ontgraving zal in overleg met de dienst burgerzaken worden vastgesteld.
Het grafteken, beplantingen en alle voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten dienen door toedoen van de aanvrager te worden verwijderd vooraleer tot ontgraving wordt overgegaan.
Het is niet toegelaten om na een ontgraving, het stoffelijk overschot of de asurne te herbegraven in een niet-geconcedeerd perceel of een niet-geconcedeerde nis op één van de gemeentelijke begraafplaatsen.

De kosten/taksen van een ontgraving op aanvraag worden geregeld in het retributiereglement en zijn volledig ten laste van de aanvrager.

Artikel 6.8
Een urne kan op aanvraag van de overlevende echtgenoot, de kinderen of nabestaanden van de 1ste graad van de begraafplaats worden verwijderd om thuis te worden bewaard. Indien de urne begraven of bijgezet werd in een concessie zal deze nog 2 jaar na de ontgraving bewaard worden. Na deze periode van 2 jaar vervalt de concessie. Deze procedure is éénmalig. Er wordt geen vergoeding betaald voor de resterende concessietermijn.
Bij een kosteloze begraving zal het perceel of de nis niet bewaard blijven.

Artikel 6.9
Indien een nis na aanvraag voor thuisbewaring vrijkomt kunnen de nabestaanden het naamplaatje of de afdekplaat in ontvangst nemen. Zo niet worden ze eigendom van de gemeente.

Artikel 6.10
De verplaatsing van een urne wordt aanzien als ontgraving.

Hoofdstuk 7: Afmetingen Graftekens - Gedenkplaten - Gedenkmuur 

Artikel 7.1
De maximum afmetingen van de graftekens bedragen voor:
het kinderpark: breedte 0,60 m
 lengte 1,20 m
 hoogte 0,80
de niet-geconcedeerde graven en erepark:
 breedte 1 m
 lengte 1,70 m
 hoogte 1,20 m
de grafconcessies en grafkelders: 
 breedte 1 m
 lengte 2,50 m
 hoogte 1,20 m
 de urnengraven:
 een rechthoekig opstaand gedeelte met volgende afmetingen:
 breedte 0,40 m
 hoogte 0,60 m
 dikte 0,08 m
 een grondplaat met volgende afmetingen:
 breedte 0,70 m
 lengte 0,75 m
 dikte 0,05 m

Artikel 7.2
Voor de bijzetting van de as van gecremeerde lichamen in de columbariummuur levert de gemeente de uniforme nisafsluitplaat, tegen het bedrag vermeld in het retributiereglement.
De nabestaanden zorgen voor het aanbrengen van de vermeldingen op de nisafsluitplaat en de definitieve plaatsing en verwijdering in geval van bijzetting of ontgraving.

Artikel 7.3
Bij een asverstrooiing of bij graven die zullen ontruimd worden (grafteken verwijderd) bestaat de mogelijkheid om een naamplaatje aan te brengen op de gedenkmuur bij de strooiweide.
Voor de graven waarvan de termijn verlopen is dient de aanvraag voor een gedenkplaatje te gebeuren binnen het jaar na de bekendmaking van de ontruiming van het graf of nis. 
Omwille van de gelijkvormigheid worden op dit plaatje 2 lijnen gegraveerd: Naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar.
Het naamplaatje wordt door de gemeente geleverd en gegraveerd, tegen het bedrag vermeld in het retributiereglement.
De plaatjes kunnen 10 jaar bevestigd blijven. De verwijdering gebeurt door de gemeente.

Hoofdstuk 8: Werken op de begraafplaats

Artikel 8.1
Voor de aanvang van gelijk welk werk op de begraafplaats dient contact te worden opgenomen met de dienst burgerzaken.

Artikel 8.2
De plaatsing, de verbouwing (herstelling) of de verwijdering van de grafmonumenten en de uitvoering van beplanting gebeurt onder toezicht van de burgemeester of zijn gemachtigde.
Voor het plaatsen van een grafmonument is een voorafgaande vergunning vereist.
De aanvraag en het ontwerp van een grafmonument moet in dubbel en ondertekend door de aanvrager worden ingediend en bevat volgende gegevens:

  • aanduiding begraafplaats;
  • opgave van alle (L,B,H) afmetingen en de verwerkte materialen;
  • opschriften: naam, voornaam, geboortejaar en overlijdensjaar
  • vermelding van de aard van het graf (gewone lijn, grafconcessie, urnenveldgraf)

Artikel 8.3
Grafmonumenten die zonder vergunning, niet reglementair geplaatst werden of niet voldoen aan de verplichte afmetingen, zullen binnen 8 dagen na berichtgeving moeten worden verwijderd, zo niet zullen deze ambtshalve en op risico van de opdrachtgever worden weggenomen.

Artikel 8.4
Een zerk wordt geplaatst TEN VROEGSTE 3 maanden na de begrafenis. Het monument op vergunde grond (verplicht bij concessies) dient steeds te worden geplaatst op een fundering.

Artikel 8.5
Een nieuw te plaatsen grafmonument volgt de lijn en de waterpaslijn aangeduid door de burgemeester of zijn afgevaardigde. Geen enkle grafmonument mag de toegewezen perceelgrens overschrijden.

Artikel 8.6
Rond de percelen mogen geen afsluitingen of omheiningen in gelijk welke vorm geplaatst worden.
Kniel-en bidbanken zijn niet toegelaten.

Hoofdstuk 9: Verwaarlozing

Artikel 9.1
De procedure van verwaarlozing kan enkel bij concessies.

Artikel 9.2
De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van het perceel, de zerk en de beplanting. De identiteitsgegevens moeten steeds leesbaar zijn.
Eventuele verzakkingen van grafzerken zijn volledig ten laste van de nabestaanden.

Artikel 9.3
Indien een voortdurende staat van verwaarlozing van een grafzerk wordt vastgesteld kan, volgens het decreet, een einde gesteld worden aan de concessie.
Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.

Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester. De akte blijft een jaar bij het graf en de ingang van de begraafplaats aangeplakt. In de mate van het mogelijke zal een nabestaande verwittigd worden.
Na het verstrijken van deze termijn en na niet herstelling wordt de concessie beëindigd door het college van burgemeester en schepenen. Van ambtswege wordt overgegaan tot afbraak en het wegnemen van de materialen.

Hoofdstuk 10: Graven van historisch belang

Het gemeentebestuur kan beslissen om graven te behouden, te beschermen en te renoveren. Dit kan op basis van cultuurhistorische waarde van een graf en/of overledene, maar ook om architecturaal-esthetische redenen.

Hoofdstuk 11: Erepark

Op elke gemeentelijke begraafplaats werd door het college van burgemeester en schepenen een perceel voor de begraving van oud-strijders uit de wereldoorlogen en hun echtgenotes:

  • oud-strijder gehuisvest te Wommelgem;
  • een officiële erkenningskaart afgeleverd door de bevoegde dienst van het Ministerie van Landsverdediging

Op de begraafplaats van Wommelgem-kandonklaar wordt door de gemeente een wit kruis als gedenkteken voor de oud-strijder geplaatst voorzien van een naamplaatje en dit voor rekening van de nabestaanden.

Hoofdstuk 12: Bijzondere bepalingen voor overledenen met een bepaalde godsdienst of filosofische overtuiging.

Het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van non-discriminatie vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het beginsel van vrijheid van meningsuiting vervat in artikel 19 van de Grondwet, zorgen ervoor dat overledenen met andere religieuze en filosofische overtuigingen, voor zover ze niet strijdig zijn met de goede zeden of openbare orde, kunnen begraven worden volgens de riten van hun overtuiging op uitdrukkelijk verzoek van de nabestaande(n).

Hoofdstuk 13: Slotbepalingen

Artikel 13.1
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslist door de burgemeester, uitgezonderd de aangelegenheden waarvoor uitsluitend het college van burgemeester en schepenen bevoegd is en in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het discriminatieprincipe.

Artikel 13.2
Elke bij hoogdringendheid genomen beslissing van de burgemeester wordt ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen.