Gemeentelijk belastingsreglement voor verwaarloosde woningen en gebouwen

Aangenomen door de gemeenteraad op donderdag 21 december 2017
Datum publicatie website: woensdag 14 maart 2018

Artikel 1

Een register voor verwaarloosde woningen en gebouwen systematisch bij te houden.

Artikel 2 - Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° Administratie
De afdeling Omgeving, Huisvesting en Veiligheid van de gemeente Wommelgem wordt belast met het beheer van een register voor verwaarloosde woningen en gebouwen en de vaststelling van verwaarlozing bij woningen en gebouwen.

2° Bezwaarinstantie
Het college van burgemeester en schepenen.

3° Beveiligde zending
Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:

  • a. een aangetekend schrijven.
  • b. een afgifte tegen ontvangstbewijs.

4° Gebouw
Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

5° Woning
Een goed vermeld in artikel 2 §1, eerste lid, 31° van de Vlaamse Wooncode - elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

6° Zakelijk gerechtigde
Alle houder(s) van één van de volgende zakelijke rechten:

  • de volle eigendom.
  • het recht van opstal of van erfpacht.
  • het vruchtgebruik.

7° Inventarisatiedatum
De datum waarop de woning of het gebouw voor de eerste maal in het register voor verwaarloosde woningen en gebouwen wordt ingeschreven.

8° Verwaarlozing
Een woning of gebouw wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten,... en wanneer deze 12 strafpunten behaalt op het technisch verslag voor verwaarloosde woningen en gebouwen.

9° Technisch verslag
Het verslag van de administratie dat de gebreken inzake verwaarlozing aan de buitenzijde van een woning of een gebouw vaststelt en de behaalde strafpunten weergeeft, alsook de identificatiegegevens van het onderzoek, de woning of het gebouw, de houder(s) van het zakelijk recht en het besluit of de woning of het gebouw wel of niet . Zie bijlage.

10° Register
Gemeentelijke inventarislijst waarop de verwaarloosde woningen en gebouwen worden opgenomen.

11° Feitenonderzoek
Een plaatsbezoek dat door de administratie wordt uitgevoerd met als doel de aangehaalde argumenten vermeld in de ontvangen bezwaarschriften en schrappingsaanvragen te controleren op de feitelijke toestand.

12° Aanslagjaar
Is het jaar vóórafgaand aan het jaar waarin de belasting wordt betaald. Het betreft de periode vanaf de opname in het register tot de verjaring van de inventarisatiedatum. Deze periode herhaalt zich jaarlijks zolang de woning of het gebouw niet uit het register geschrapt werd.

13° Instrumenterende ambtenaar
Iedere persoon of instelling die ertoe gemachtigd is aktes van eigendomsoverdracht te verlijden.

Artikel 3 - Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. Er wordt voor de jaren 2018 tot en met 2019 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het register.

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het register.

§3. Zolang de verwaarloosde woning of gebouw niet uit het register is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

Artikel 4 - Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde betreffende de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw bij de verjaring van de inventarisatiedatum.

§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register.

De instrumenterende ambtenaar of de overdrager stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder(s) van het zakelijk recht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Artikel 5 - Tarief van de belasting

§1. De belasting bedraagt:

  • € 1.000 voor een gebouw
  • € 1.000 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 2.000 voor een gebouw
  • € 2.000 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden, of langer, op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 3.000 voor een gebouw
  • € 3.000 voor een woning

Artikel 6 - Vrijstellingen van de belasting

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. Zie bijlage. De aanvraag dient per beveiligde zending te worden ingediend vóór het verstrijken van de verjaring van de inventarisatiedatum. Indien de vrijstelling te laat werd aangevraagd, kan deze niet meer gelden voor het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling werd aangevraagd.

De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in artikel 6, §2 dient hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§2. Van de belasting zijn vrijgesteld:

1° De belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft gedurende een aaneengesloten periode van minstens 3 maanden in het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd.

2° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing.

3° De belastingplichtige die minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het aanslagjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.

4° De houder van het zakelijk recht is

  • een sociale huisvestingsmaatschappij, die door de VMSW erkend is.
  • een andere sociale woonorganisatie.
  • een autonoom gemeentebedrijf.
  • de gemeente.
  • het OCMW.
  • een intergemeentelijke vereniging.

5° De eigenaar die de betreffende woning maar als enige eigendom heeft en de betreffende woning bewoont en hier minstens 6 opeenvolgende maanden ingeschreven staat.

§ 3. Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:

1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed.

2° Gelegen is binnen de grenzen van een lopend planningsproces van de bovenlokale overheid dat bepaalt dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen de bestemming van het goed en het algemeen belang zodat de ontwikkelingsperspectieven van het goed beperkt worden.

3° Beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp waardoor de woning of het gebouw onbruikbaar is geworden voor de uitoefening van de vergunde functie.

4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.

5° Gerenoveerd wordt volgens een niet vervallen vergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden.

6° Gerenoveerd wordt, mits de houder van het zakelijk recht een renovatiedossier, waarin een tijdspanne, een opsomming van de werken en kostprijzen zijn opgenomen, kan voorleggen. Het renovatiedossier toont aan dat het een grondige renovatie betreft, waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen.

7° Gesloopt werd volgens een niet vervallen vergunning.

§4. De vrijstellingen zoals vermeld in artikel 6, §2, 5° en §3, 3°, 4°, 5° en 6° gelden voor maximaal 2 aanslagjaren.

§5. De vrijstelling moet jaarlijks aangevraagd worden via het daartoe bedoelde aanvraagformulier. Zie bijlage.

§6. De vrijstellingen vermeld in artikel 6, §3. kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder(s) van het zakelijk recht toegekend worden.

Artikel 7 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8 - Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9 - Bezwaar tegen de belasting

De belastingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd.

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 10 - Niet-betaling

Bij niet-betaling binnen de termijn, voorzien in de aangetekende aanmaning, wordt het dossier overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder. De kosten hiervan vallen volledig ten laste van de belastingplichtige.

Artikel 11 - Algemene bepalingen

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 12 - Inwerkingtreding

Onderhavig reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2018 en is geldig tot en met 31 december 2019.

Artikel 13

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.