Belastingen op ontgravingen

Aangenomen door de gemeenteraad op donderdag 19 december 2013.
Datum publicatie website: dinsdag 14 januari 2014.

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2014 en voor een termijn eindigend op 31 december 2019 wordt een contant belasting geheven op de ontgravingen van stoffelijke overschotten.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de persoon die de machtiging tot ontgraven aanvraagt.

Artikel 3

De belasting wordt vastgesteld op 995 EUR per gewone ontgraving, op 125 EUR per ontgraving van het columbarium en 125 EUR per ontgraving van het urnenveld.

Artikel 4

De belasting wordt niet verschuldigd voor:

  • de ontgravingen verricht in uitvoering van rechterlijke beslissingen;
  • de ontgravingen ambtshalve door de gemeente verricht;
  • de ontgravingen van voor het vaderland overleden militairen en burgers.

Artikel 5

De belasting moet contant betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs en wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van de toelating tot ontgraving.

Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt de belasting een kohierbelasting.

Artikel 6

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning, of ingeval van inkohiering, vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 7

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen en latere aanvullingen.