Naar inhoud

Rooilijnplannen en onteigening

Een rooilijn is de grens tussen de openbare weg en een aangrenzende eigendom (aangelanden).
Opgelet! Een rooilijn is géén bouwlijn! Een rooilijn is het begin van een private eigendom, die grenst aan de openbare weg, een bouwlijn is de onzichtbare lijn die bepaalt vanaf waar de woning mag gebouwd worden.

Rooilijnplannen
Rooilijnplannen zijn plannen waarop je kan zien waar de rooilijn ligt ten opzichte van het perceel of waarop je kan nagaan of je perceel getroffen wordt door een rooilijn. Niet alle percelen van Wommelgem staan op een rooilijnplan, maar alle percelen die grenzen aan de openbare weg hebben een rooilijn.

Wanneer je perceel getroffen wordt door een rooilijn wil dat zeggen dat de rooilijn over je perceel loopt en niet grenst met de openbare weg. Indien nodig kan de rooilijn gerealiseerd worden via onteigening. In dat geval wordt dat deel van het perceel dat afgescheiden wordt door de rooilijn en grenst aan de openbare weg, onteigend. Er kan echter ook bepaald worden dat de rooilijn enkel wordt uitgevoerd als een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning ingediend wordt.

De procedure voor het opmaken van een rooilijnplan is dezelfde als die voor het opmaken van een uitvoeringsplan. Beide procedures kunnen samen worden opgemaakt. Voor een weg met een belangrijke verbindende functie geeft het rooilijnplan aan waar de (toekomstige) grenslijn komt te liggen. Een rooilijn zorgt ervoor dat de breedte van de openbare weg behouden wordt en er geen bouwwerken op worden uitgevoerd.

Afstand van meerwaarde
De zogenaamde 'afstand van meerwaarde' is een verklaring die je als bouwheer moet ondertekenen. De verklaring houdt in dat je afstand doet van de meerwaarde die je onroerend goed (het deel dat getroffen wordt door een rooilijn) heeft gekregen door de uitvoering van de aangevraagde bouw- en verbouwingswerken. 

Bijvoorbeeld: Je vernieuwt de gevelsteen van je woning, maar de gevel valt met een hoek binnen een rooilijn (d.w.z. binnen het openbaar domein). Bij een eventuele onteigening later ontvang je dan geen vergoeding voor de waardevermeerdering die je gerealiseerd hebt door de uitgevoerde verbouwingswerken.

Die verklaring van afstand van meerwaarde wordt bevestigd in de authentieke akte die door de notaris wordt opgemaakt. De notaris biedt de notariële akte ter overschrijving aan op het bevoegde hypotheekkantoor. Eens die overschrijving gebeurd is, is de akte tegenstelbaar of tegenwerpelijk aan derden. Bij een latere verkoop van het onroerend goed moeten ook de kandidaat-kopers rekening houden met de verklaring van afstand van meerwaarde.

Onteigeningsplannen
Deze plannen tonen aan welke delen van een perceel of welke percelen er in onteigening liggen. Een rooilijnplan kan ook een onteigeningsplan zijn.

Onteigenen
De wet staat elke overheid toe om te onteigenen. Dat kan de staat zijn, de provincie, de gemeenschappen of de gewesten, de intercommunales, het OCMW, een gemeente, een overheidsinstelling of elke organisatie die door de wet gemachtigd is om te onteigenen. Vooraf moet wel steeds een Koninklijk Besluit van onteigening zijn uitgevaardigd.

Onteigening is alleen mogelijk in het algemeen belang, onder bepaalde voorwaarden en in overeenstemming met het nationaal en internationaal recht. Mogelijk geldt ook de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Die verplicht eigenaren om in bepaalde gevallen bij verkoop de grond eerst aan de gemeente aan te bieden. Als de grond wordt onteigend, wordt alles wat erop vaststaat eigendom van de overheid. Onteigening kan alleen plaatsvinden wanneer het algemeen belang daarmee aantoonbaar gediend is.

De wet schrijft een gewone procedure voor (wetten van 17 april 1835, 27 mei 1870 en 9 september 1907), een dringende procedure (wet van 10 mei 1926) en een onteigening bij hoogdringendheid (wet van 26 juli 1962). De gewone procedure schrijft voor dat er een onderzoek moet gebeuren naar de werken die de onteigenende overheid wil uitvoeren. Er wordt een lijst van de betreffende eigendommen opgesteld, het perceelplan. De gemeente ontvangt het dossier en identificeert en verwittigt de eigenaars. Elke betrokken persoon kan daarop reageren en indien nodig een klacht indienen bij de gemeente. Die klacht moet eerst behandeld worden dan. Daarna wordt een Koninklijk Besluit uitgevaardigd.

Tekst uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening over onteigening

Art. 2.4.3. §1. Elke verwerving van onroerende goederen, vereist voor de verwezenlijking van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, kan door onteigening ten algemenen nutte tot stand worden gebracht.

§2. Ongeacht de bepalingen die andere overheden bevoegd verklaren tot onteigenen, kunnen de volgende instanties als onteigenende instanties optreden ter verwezenlijking van ruimtelijke uitvoeringsplannen: het gewest, de provincies, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten, de openbare instellingen en ook de organen die door de Vlaamse Regering gemachtigd zijn om te onteigenen ten algemenen nutte.

Wanneer de voorgenomen onteigening de ordening tot doel heeft van een gedeelte van het grondgebied dat bestemd is om verkaveld te worden met het oog op het oprichten van gebouwen voor huisvestings- of handelsdoeleinden, kan of kunnen de eigenaar of eigenaars die meer dan de helft van de oppervlakte van de in dat gebied begrepen gronden bezitten, vragen om, binnen de termijnen en onder de voorwaarden die de overheid heeft bepaald en voor zover ze er blijk van geven de nodige middelen te bezitten, belast te worden met de uitvoering van de voor die ordening vereiste werken en ook met de herverkavelings- en ruilverkavelingsverrichtingen.

De aanvraag, vermeld in het tweede lid, moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen drie maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot goedkeuring van het onteigeningsplan.

Wanneer de onteigening de ordening tot doel heeft van een gedeelte van het grondgebied dat krachtens een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan daartoe aangeduid is, kan de eigenaar of kunnen de eigenaars onder de voorwaarden bepaald in het tweede en derde lid, vragen om met de uitvoering van de ordeningswerken te worden belast.

In gevallen als bepaald in het tweede en het vierde lid zal de onteigenende overheid, op verzoek van de personen die met de ordening van de strook zijn belast, de daartoe vereiste onroerende goederen onteigenen, wanneer de onderhandse verkrijging daarvan onmogelijk is gebleken.

Art. 2.4.4. §1. Een onteigeningsplan moet de omtrek van de te onteigenen goederen aangeven, afzonderlijk of tot stroken samengevoegd, met kadastrale vermelding van de sectie, de nummers, de grootte en de aard van de percelen, en met de naam van de eigenaars volgens de kadastrale gegevens.

Het onteigeningsplan moet eveneens voor elk te onteigenen perceel de onteigenende rechtspersoon vermelden.

Wat de uit te voeren werken en onroerende verrichtingen betreft, kan het onteigeningsplan zich beperken tot het overnemen van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

§2. Het onteigeningsplan dat ter uitvoering van deze codex tegelijkertijd met het ruimtelijk uitvoeringsplan wordt opgemaakt, wordt tegelijk met het ruimtelijk uitvoeringsplan onderworpen aan de procedureregels bepaald voor het opmaken van dat ruimtelijk uitvoeringsplan.

Het onteigeningsplan dat na het ruimtelijk uitvoeringsplan waarvan het de verwezenlijking beoogt, wordt opgemaakt, dient uiterlijk 5 jaar na de inwerkingtreding van dat ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vastgesteld te worden en is onderworpen aan de procedureregels voor onteigeningen ten algemenen nutte inzake gewestelijke aangelegenheden.

De eigenaars van de goederen, gelegen binnen de omtrek van de te onteigenen percelen, worden vóór de aanvang van het openbaar onderzoek door de overheid die het ontwerpplan voorlopig vaststelt, bij aangetekende brief in hun woonplaats ervan op de hoogte gebracht dat het ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis ter inzage ligt.


Wordt tot de onteigening besloten door een andere instantie dan de gemeente waar de goederen gelegen zijn, dan komen de kosten van het door de gemeente uitgevoerde openbaar onderzoek ten laste van de onteigenaar.

Art. 2.4.5. Op verzoek van de onteigenende instantie worden de aankoopcomités van onroerende goederen belast met alle aankopen en onteigeningen van percelen ter uitvoering van de ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Art. 2.4.6. §1. Bij het bepalen van de waarde van het onteigende perceel wordt geen rekening gehouden met de waardevermeerdering of vermindering die voortvloeit uit de voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan, voor zover de onteigening wordt gevorderd voor de verwezenlijking van dat ruimtelijk uitvoeringsplan.

Bij het bepalen van de waarde van het onteigende perceel wordt evenmin rekening gehouden met de waardevermeerdering die het goed heeft verkregen door werken of veranderingen uitgevoerd zonder vergunning of in strijd met de voorschriften van een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.

§2. Onteigeningen die achtereenvolgens worden verordend ter verwezenlijking van een uitvoeringsplan, met inbegrip van een herzien ruimtelijk uitvoeringsplan, worden voor de waardebepaling van de te onteigenen goederen geacht een geheel te vormen op de datum van het eerste onteigeningsbesluit.

Art. 2.4.7. De onteigeningen in de zin van deze afdeling zullen worden gevorderd met toepassing van de gemeenrechtelijke onteigeningsprocedure of van de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden.

Art. 2.4.8. Wanneer binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de goedkeuring van het onteigeningsplan, de onteigeningsprocedure niet is begonnen, kan de eigenaar per aangetekende brief de onteigenende instantie verzoeken van de onteigening van zijn goed af te zien. De onteigenende instantie brengt de eigenaar per aangetekende brief binnen zes maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek, op de hoogte van haar beslissing. Doet ze dat niet, dan vervalt het onteigeningsplan van rechtswege voor het deel dat betrekking heeft op de goederen van de eigenaar die het verzoek heeft ingediend.

Als de onteigenende instantie afziet van het voornemen om te onteigenen, dan vervalt het onteigeningsplan.

Als de onteigenende instantie niet afziet van het voornemen om te onteigenen, dan dient ze binnen twee jaar, te rekenen vanaf de aangetekende brief waarmee ze de verzoeker op de hoogte brengt van haar beslissing, de onteigeningsprocedure aan te vatten, zo niet vervalt het onteigeningsplan van rechtswege voor het deel dat betrekking heeft op de goederen van de eigenaar die het verzoek heeft ingediend.

Art. 2.4.9. De Vlaamse Regering kan, binnen de perken van de begroting, subsidies verlenen aan provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten, openbare instellingen en aan de organen die door de Vlaamse Regering gemachtigd zijn tot onteigening voor het algemeen belang, als tegemoetkoming in:
1° de verwerving, met inbegrip van de onteigening en de inrichting van gronden en panden, ter verwezenlijking van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg;
2° de uitbouw en/of toepassing van specifieke instrumenten voor de voorbereiding van de oprichting van een grond- en pandenbank of de ondersteuning van ruil- en herverkavelingsinitiatieven.

De Vlaamse Regering kan haar waarborg verlenen voor de goede afloop van leningen die door provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten, openbare instellingen en ook door de organen die door de Vlaamse Regering gemachtigd zijn tot onteigening ten algemenen nutte, worden aangegaan voor de verwerving, met inbegrip van de onteigening, en de inrichting van gronden en panden, ter verwezenlijking van een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid. De gronden of panden worden verworven met het oog op projecten die betrekking hebben op de aanleg van het openbaar domein ten voordele van zwakke weggebruikers of van het openbaar vervoer of op de verbetering van groenvoorzieningen en de woonomgeving.

Praktisch

Ruimtelijke ordening - Stedenbouw

Kaakstraat 2
2160 Wommelgem


Tel:  03-355 12 81
Fax:  03-353 40 26
ruimtelijkeordening@wommelgem.be

Openingsuren

Dag Openingsuren
Maandag   8.30 - 12.00 u.
     18 - 20 u.
Dinsdag   8.30 - 12.00 u.
Woensdag   8.30 - 12.00 u.
Donderdag   8.30 - 12.00 u.
Vrijdag   8.30 - 12.00 u.